21 February 2015

Bloeddoping

Ofwel zit het in het hoofd ofwel in het bloed, maar het zit er. Of liever, het zit er niet meer. Ik ben iets kwijt en het ligt ergens in de Alpen.
Onderweg zag ik zelf pompjes, binnenbanden, hoogteprofieltjes en lege verpakkingen van gelletjes. Een fitte biker na mij merkte wellicht mijn sprankel op. Hopelijk heeft die hem opgeraapt en ligt hij daar nu niet te verpieteren. Ik gaf mezelf tijdens de race niet de tijd om van de omgeving te genieten, laat staan om te stoppen voor interessante dingen. Maar misschien was niet iedereen zoals ik en maakt mijn sprankel nu toch iemand gelukkig? Daarnet was ik bij de dokter. Als je je pomp kwijt bent, ga je naar je fietsenmaker. Het kost je wat gevloek, 20€ en je bent weer gesteld. Maar wat moet je als je je sprankel kwijt bent? Mijn eigen huisarts is met vakantie, ik ga naar die van mijn partner.  "Juffrouw Mertens, zegt u het maar!"  Ik zie het licht in zijn ogen en ik hap naar lucht, er werd me nooit verteld dat Dr. D zo'n spetter was. Ik weet het plots niet meer. 
"Euhhh... Ik kwam voor een bloedtest." Even wil ik het verhaal van de verloren sprankel afsteken, maar ik bijt nog net op mijn tong. Ik maak ervan: "Ben een beetje diep gegaan in de sport. Voor ik mijn trainingen weer opneem, wil ik graag weten of er niets in me ontbreekt." De knappe dokter lijkt te begrijpen wat ik bedoel. De naald prikt in mijn arm, maar zijn vingers op mijn huid is het enige wat ik voel. Het vuur in zijn ogen brandt tot diep van binnen. Bij elke druppel bloed die langs de naald wordt opgehaald, voel ik me een tikkeltje meer levend worden. “Alles onder controle?”, vraagt de bink, “Wil je gaan liggen?” Ik denk: “Ja dat wil ik.” en ik zeg beleefd: “Neen, dank u Dokter.”  
De bloedafname is te snel voorbij en het afscheid te kort, maar als ik buitenstap kan ik de wereld aan. Ik zie mezelf opnieuw de Transalp rijden.
 In deze editie heb ik tijd om te stoppen voor verloren pompjes en andermans sprankel. Ik geniet van vergezichten op besneeuwde bergtoppen en lager gelegen azuurblauwe meren. De geur van de alpenweides snuif ik op en de zeldzame Edelweiss ontgaat me niet. Heidi en Anton aus Tirol trakteren me boven op de Idjoch op weissbier en ik eindig natuurlijk op het podium. Morgen weet ik of het mis zit in het hoofd of dat er elementaire bouwsteentjes in het bloed ontbreken. Maar wat maakt het uit? Ik begrijp in één ogenblik het hele systeem: Volgende keer ga ik vòòr een belangrijke wedstrijd langs bij Dr. D.  Want dat is toch wat grote atleten doen? Zij hebben allemaal zo’n stuk van een huisdokter, die neemt bij hen bloed af en schiet terwijl met de ogen een sprankel af. Bloeddoping? Informeer subtiel bij collega bikers die het goed doen in de competitie, een van hen zal je wel de gouden tip aanreiken. Met jullie, vrouwelijke collega’s, deel ik met plezier het adres van mijn bloedhete dokter, tegen betaling natuurlijk en alleen als jullie aantreden in een andere wedstrijd. Bloeddoping? Het woord is sinds vandaag wel heel anders geladen. 

11 February 2015

Nieuwe dingen in 2015: deel I, De piste






Bij gebrek aan een grote competitieve uitdaging dit jaar besloot ik enkel weken geleden dat 2015 dan maar het jaar van "nieuwe dingen ontdekken" zou worden. Zonder het te beseffen had ik het al in november aangekondigd in mijn maandelijkse column in MTBplus magazine met de zware titel EXTREEMVia Facebook kreeg ik hierop de reactie dat het klonk als de begrafenisrede van een competitiebeest. Ik vond het een mooie uitdrukking maar lachte het toen nog weg. Vandaag liggen de kaarten anders. Sinds drie maanden leef ik niet meer enkel van de sport en de liefde, maar van wat ik verdien met mijn nine to five job. Fietsen doe ik minder, maar niet minder intens. Ik ontdek nieuwe kanten van onze wondermooie sport. Mijn eerste nieuwigheid werd de piste en het was een schot in de roos. Dankzij Valerie en Filip Sport maakte ik op zondag 1 februari voor het eerst in mijn fietscarrière de Eddy Merckxpiste in Gent onveilig. ( Misschien niet toevallig dat ik de Kanibaal diezelfde week nog had ontmoet?! :-)
Hoe het mij is vergaan? Deze prachtige beelden van Bart Goossens spreken voor zich.  Benieuwd naar wat mijn volgende nieuwigheid is? Check de blog van Frank, hij neemt me binnenkort op sleeptouw.





Girlpower

Extreem

Zou het kunnen dat we op zoek gaan naar steeds extremere sportieve uitdagingen omdat we het in ons dagelijks leven zo gemakkelijk hebben? En nu hoor ik jullie denken: ”Makkelijk? Ik vind het leven niet eenvoudig.” Denk dan eens na: ’s morgens is er koffie met een druk op de knop, naar het werk gaan gebeurt met vijf stappen naar de auto en wat energie die verloren gaat aan ergernissen met betrekking tot de files of de andere weggebruikers. Werken doen we achter de computer en enkel onze vingers worden moe. De lunch ligt na een simpel telefoontje op kantoor. Kauwen hoeft niet, want het broodje is zodanig leeg dat het smelt in de mond. Het blikje cola dat er achteraan gaat, geeft een explosie in het hoofd die we interpreteren als een energieboost. De klop die we daarna ervaren zien we als een dip omdat we zo hard hebben gewerkt. Het is ons lichaam dat even halt roept, want het heeft net de brokstukken van die knal geruimd. Als antwoord gooien we er een chocoladereep en een Ice-tea tegenaan. En het ontploft weer in ons hoofd en ons lijf moet opnieuw aan het delven op zoek naar overlevenden. 


Ik moet jullie gelijk geven, het leven is inderdaad niet gemakkelijk ... voor onze cellen. Maar wat ik eigenlijk bedoel is dat er bij geen enkele stap in ons levensproces nog een vorm van fysieke inspanning nodig is, dat we in onze maatschappij niet meer lichamelijk door een muur moeten gaan om te overleven. Onze spieren leiden een lamlendig leven, terwijl onze cellen zich de ziel uit het lijf werken als gevolg van al die rommel die we binnen gooien. Maar dat voelen we niet. Althans die signalen negeren we: hoofdpijn, een opgeblazen buik, darmkrampen, zweten, vermoeidheid, wie kent het niet? Maar goed, terug naar het vraagstuk van de dag: zou het kunnen dat we op zoek gaan naar steeds extremere sportieve uitdagingen omdat we het in ons dagelijks leven zo gemakkelijk hebben? Twijfelt er nog iemand? Overleven in onze maatschappij is een evidentie geworden, dan maar die overlevingsdrang kunstmatig prikkelen door een buitengewone sportieve inspanning te verrichten. Is dat niet een klein beetje een schande dat we ons alles in onze schoot laten werpen, alles voor lief nemen, steeds sneller gaan, voor niks meer tijd hebben en daarmee het milieu en onze cellen belasten. Om dan bij wijze van tegenprestatie ons fysiek af te reageren in een loodzware competitie als de Cape Epic, de Grand Raid Godefroid, de Zillerthalmarathon en vul maar aan wat je zelf gereden hebt dit jaar? Ik wijs niemand met de vinger, want ik doe het ook. 

Ik constateer en ik beschrijf nu gewoon wat ik ervaar door even stil te staan. Want sinds ik Japanse driejarenthee drink in plaats van koffie heb ik elke ochtend zes minuten de tijd om gewoon eens stil te staan. Een minuut om het water te laten koken. Een minuut om het tot net onder het kookpunt te laten zakken, drie minuten om het builtje ( dat ik zelf heb gevuld met losse blaadjes ) te laten trekken en nog een minuut om het op drinkbare temperatuur te laten komen. Op die tijd heb jij drie koppen koffie binnen. Wat ik ervaar als ik de thee drink is geen boost. Mijn lijf wordt niet onder druk gezet en ik val een tijdje later niet in een gat. Mijn geest blijft helder, ik ben niet vermoeid en ik heb geen andere klachten. 



Ik verplaats me zo veel als mogelijk met de fiets, eet voeding van natuurlijke oorsprong, rasp mijn worteltjes met de hand, bak mijn eigen koekjes en wat merk ik? De behoefte om mijn teveel aan energie te ventileren in een sportief event is er niet meer. De drang heeft plaats gemaakt voor iets wat ik als veel waardevoller ervaar: pure goesting. En dat voelt heel gematigd. Maar misschien klinkt dit voor jullie dan weer allemaal heel extreem?